• Start
  • Algemeen
  • In hoger beroep vrijspraak gevorderd voor moeder voor inspuiten insuline bij zoontje

In hoger beroep vrijspraak gevorderd voor moeder voor inspuiten insuline bij zoontje

19-05-2015

De advocaat-generaal (OM) in Leeuwarden heeft in hoger beroep vrijspraak gevraagd in de zaak tegen een moeder die verdacht wordt van het inspuiten van insuline bij haar destijds anderhalf jaar oude zoontje in Emmen in juli 2012. In de visie van het OM is er onvoldoende bewijs dat het de moeder is geweest die de insuline heeft toegediend aan het kind.

Op de betreffende dag werd het jongetje onwel en moest naar het ziekenhuis in Emmen worden gebracht. Onderzoek wees uit dat het glucosegehalte van het bloed veel te laag was. In het ziekenhuis kon gelukkig erger worden voorkomen. De artsen concludeerden dat er bij het jongetje insuline was toegediend. De moeder zou de enige zijn geweest die in de buurt van haar zoontje zou zijn geweest. Zij heeft echter van meet af aan consequent ontkend de dader te zijn geweest.

De rechtbank sprak verdachte vrij na een eis van de officier van justitie van 180 uur werkstraf en drie maanden voorwaardelijke celstraf voor poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel met voorbedachte raad. De rechtbank oordeelde dat niet kon worden uitgesloten dat iemand anders het jongetje de insuline toediende. Het OM stelde hoger beroep in.

Grondige bestudering van de stukken, waaronder het vonnisvan de rechtbank, en een nieuwe beoordeling van de zaak door de advocaat-generaal, leiden echter tot de conclusie dat ook het OM thans vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat er ‘geen boven redelijke twijfel verheven bewijs voor betrokkenheid van de moeder in het dossier aanwezig is’. Er kan onvoldoende worden uitgesloten dat een ander de dader zou kunnen zijn geweest. Daarnaast heeft het onderzoek onvoldoende duidelijkheid opgeleverd over de wijze van toediening en het soort insuline dat is toegediend. Er rest dan ook niets anders dan een vordering tot vrijspraak. “Ondanks dat het buitengewoon onbevredigend en slecht te accepteren is als vastgesteld moet worden dat er iets ergs is gebeurd, maar daarvoor niemand strafrechtelijk verantwoordelijk gesteld kan worden.”

De reden waarom het OM, bij deze vordering tot vrijspraak, het hoger beroep heeft doorgezet hangt samen met de buitengewone ernst van deze zaak en de maatschappelijke onrust die de zaak heeft veroorzaakt. Het welbewust mishandelen van een kind door één van zijn ouders roept die maatschappelijke onrust per definitie op. In de visie van het OM dient zo’n zaak, waarover het OM in eerste aanleg en de rechtbank diametraal verschillend bleken te denken, ook in hoger beroep op zijn feitelijke merites te worden beoordeeld. “Het is voor de samenleving en voor de verdachte van groot belang dat het hof als hoogste feitelijke rechter daarover een oordeel geeft. Om die reden heeft het OM het hoger beroep doorgezet.”

Uitspraak (naar verwachting) over twee weken.

Bron: OM