Onderzoek naar risico’s bestrijdingsmiddelen voor omwonenden

18-05-2015

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) start met een groot onderzoek naar de blootstelling van mensen aan gewasbeschermingsmiddelen die in de buurt wonen van gebieden waar deze veel worden gebruikt. Het al eerder aangekondigde onderzoek volgt op een advies van de Gezondheidsraad om vast te stellen of er mogelijk gezondheidsrisico’s zijn. Omdat er geen vergelijkbare onderzoeksresultaten zijn in Nederland of daarbuiten, is het RIVM afgelopen jaar begonnen onderzoekstechnieken te ontwikkelen. Ook heeft het instituut een netwerk opgezet om de omwonenden maar ook deskundigen, producenten en gebruikers direct bij het onderzoek te betrekken.

Ook al zijn er nog geen risico’s vastgesteld, toch zet staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu (IenM) in op acties die omwonenden moeten beschermen. In een brief die vandaag naar de Tweede Kamer wordt gestuurd schrijft ze: ‘Het kabinet zal in intensief overleg met de agrarische sector en de gewasbeschermingsindustrie bekijken wat er in afwachting van de resultaten van het blootstellingsonderzoek op vrijwillige basis mogelijk is’. De staatssecretaris draagt een aantal concrete acties aan, zoals door telers zelf ingestelde teelt- en spuitvrije zones, aanleg van ecologische randen en zogeheten good-neigboorhood initiatieven. Als uit het RIVM-onderzoek blijkt dat er risico’s zijn, kan dit aanleiding zijn om met extra maatregelen te komen zoals wettelijk verplichte teeltvrije zones.

Gefaseerd onderzoek

Het onderzoek wordt gefaseerd uitgevoerd, te beginnen bij omwonenden rond bollenvelden. Het onderzoek wordt dit jaar opgezet en de eerste metingen worden vanaf 2016 gedaan. De resultaten worden door het RIVM gebruikt om de technieken verder te verfijnen. Het blootstellingsonderzoek wordt daarna uitgebreid naar omwonenden van fruitboomgaarden en andere gewassen waar intensief gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Over drie jaar moet de eerste fase van het onderzoek zijn afgerond en bekend zijn in welke mate omwonenden blootgesteld worden aan gewasbeschermingsmiddelen. Omdat de benodigde expertise is verdeeld over verschillende onderzoeksinstellingen in Nederland werkt de RIVM met hen samen in een onderzoeksgroep.

Toelating middelen

Aan het College voor toelating van gewasbescherming en biociden (Ctgb) is ook gevraagd om nu te kijken naar de risico’s voor omwonenden bij de reeds toegelaten middelen voor de de bollen- en fruitteelt. Daarvoor wordt onder meer gebruik gemaakt van de ervaring die met de Britse en Duitse methode is opgedaan. Op korte termijn komt er een Europees ontwikkelde methodiek om gewasbeschermingsmiddelen ook te gaan toetsen op mogelijke effecten voor omwonenden. De Europese lidstaten stemmen over een paar weken hierover. De al in Nederland toegelaten middelen zullen dan opnieuw worden beoordeeld met de nieuwe criteria.

Bron: Rijksoverheid