CPB pleit voor subsidie lage inkomens

26-04-2015

Den Haag - Minder loondoorbetaling bij ziekte kost werkgelegenheid. Het terugbrengen van de maximale WW-duur naar drie jaar eveneens. Vooral fiscaal beleid gericht op moeders met jonge kinderen vergroot de participatie op de arbeidsmarkt. Dit zijn drie bevindingen uit het CPB Boek 16 'Kansrijk Arbeidsmarktbeleid' dat vandaag is gepubliceerd.

In het boek worden ook de effecten van tientallen andere mogelijke beleidsmaatregelen in kaart gebracht, op het gebied van fiscale stimulering van de arbeidsparticipatie, socialezekerheidsuitkeringen en ontslagbescherming. Kansrijk Arbeidsmarktbeleid is het eerste deel uit de nieuwe reeks Kansrijk Beleid van de drie planbureaus, CPB, PBL, en SCP.

Maatregelen die de hoogte, het bereik en de duur beperken van de uitkeringen in de sociale zekerheid leveren vrijwel altijd meer werkgelegenheid op. Maar deze maatregelen leiden ook tot meer inkomensongelijkheid. Dit geldt bijvoorbeeld voor het verkorten van de maximale WW-duur naar 12 maanden, net als voor het beperken van de uitkeringshoogte in de diverse ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Het verschil tussen tijdelijke en vaste contracten is in geen enkel ander OESO-land zo hoog als in Nederland en de doorstroming naar vaste contracten is beperkt. Maatregelen die bij de ontslagbescherming het verschil verkleinen tussen flexibele vormen van arbeid en vaste contracten, hebben een kleinere tweedeling van de arbeidsmarkt tot gevolg. 

Fiscale stimulering van de arbeidsparticipatie heeft steeds minder effect in Nederland. Wel blijkt dat de keuze om wel of niet te gaan werken nog steeds gevoeliger is voor fiscale prikkels dan het aantal dagen per week waarop wordt gewerkt. Vooral moeders van jonge kinderen zijn nog fiscaal te prikkelen om (meer) te gaan werken. Een hogere inkomensafhankelijke combinatiekorting of een lager kindgebonden budget zijn voorbeelden van beleidsopties die relatief veel werkgelegenheid opleveren. 

De reeks Kansrijk Beleid is een gezamenlijk initiatief van het Centraal Planbureau (CPB), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). In de reeks worden op verschillende terreinen de effecten van beleidsmaatregelen in kaart gebracht, ten behoeve van politici en andere beleidsmakers. Afhankelijk van het onderwerp worden de delen door één of meerdere planbureaus geschreven.

Bron: cpb; foto: ANP