Minder mensen bouwen pensioen op

07-12-2017

Het percentage van de werkzame beroepsbevolking dat bij pensioenfondsen pensioen opbouwt is de afgelopen zes jaar gestaag gedaald. Er zijn andere pensioenuitvoerders op de markt gekomen die voor steeds meer werknemers de pensioenopbouw verzorgen. Maar er is ook een groeiend deel van de beroepsbevolking dat niet als werknemer bij een pensioenuitvoerder pensioen opbouwt.

Eind 2010 bouwde bijna 83 procent van de werkzame beroepsbevolking pensioen op bij een pensioenuitvoerder. Het ging daarbij om 6,9 miljoen actieve deelnemers tegenover een werkzame beroepsbevolking van bijna 8,3 miljoen mensen. Eind 2016 is dat percentage gedaald naar 79 procent (6,7 miljoen actieve deelnemers tegenover een beroepsbevolking van 8,4 miljoen mensen). Het deel van de beroepsbevolking dat niet als werknemer pensioen opbouwde bestaat bijvoorbeeld uit zelfstandigen en werknemers bij een werkgever die geen pensioen heeft toegezegd. Zij kunnen hun pensioen zelf regelen door hier bijvoorbeeld voor te sparen in de derde pijler.

Van de beroepsbevolking is de afgelopen zes jaar zowel de omvang als de samenstelling veranderd. Gedurende deze periode is de werkzame beroepsbevolking gestegen met netto 125 ongeveer duizend mensen. Deze stijging komt vooral door de stijging van het aantal werknemers met een flexibele arbeidsrelatie (391 duizend) en zelfstandigen (161 duizend). Het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie daarentegen daalde de afgelopen twee jaar met 427 duizend mensen.

Ook de markt van de pensioenuitvoering is in deze periode veranderd. Werknemers kunnen bij verschillende soorten pensioenuitvoerders pensioenaanspraken opbouwen. De meeste werknemers bouwen hun pensioen op bij een pensioenfonds. Dat kan een bedrijfstakpensioenfonds, een ondernemingspensioenfonds of een beroepspensioenfonds zijn. Naast deze pensioenuitvoerders kunnen werknemers ook bij verzekeraars, premiepensioeninstellingen en sinds kort ook bij algemene pensioenfondsen hun pensioen opbouwen. Het percentage van de beroepsbevolking dat bij een pensioenfonds pensioen opbouwt is over deze periode gestaag gedaald (zie onderstaande figuur). Eind 2016 was dat percentage bijna 65 procent, met de overige 14 procent die pensioen opbouwde bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling. Eind 2010 bouwde 71 procent van de beroepsbevolking pensioen op bij een pensioenfonds, met 12 procent bij een verzekeraar (er waren toen nog geen premiepensioeninstellingen).

De daling bij pensioenfondsen gaat gepaard met een stijging van het percentage dat bij premiepensioeninstellingen pensioen opbouwt (zie onderstaande tabel). Bij pensioenfondsen was de daling over de afgelopen zes jaar procentueel het grootst bij bedrijfstakpensioenfondsen (3,0 procent). Ook de daling bij ondernemingspensioenfondsen is substantieel: het percentage daalde van 8,6 eind 2010 naar 6,1 eind 2016. Het gaat daarbij om 198 duizend actieve deelnemers. Sinds 2011 bestaat er de mogelijkheid een PPI op te richten voor het aanbieden van zogenaamde premieregelingen en momenteel zijn er tien PPI’s actief. DNB verzamelt en publiceert sinds 2014 deelnemersinformatie en daaruit blijkt dat eind 2016 3,3 procent van de actieve deelnemers bij een PPI pensioen opbouwde (279 duizend actieve deelnemers).

Bron: DNB; foto: ANP