Eén roofkunstwerk in koninklijk bezit

31-03-2015

DEN HAAG (ANP) - De koninklijke familie heeft één kunstwerk in bezit dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters is geroofd van de Joodse eigenaren. Het gaat volgens een onderzoekscommissie om het schilderij 'Het Haagse bos met gezicht op Paleis Huis ten Bosch' van Joris van der Haagen. Dat is in 1960 door koningin Juliana gekocht van een Nederlandse kunsthandelaar.

Er is inmiddels contact geweest met de erven van de oorspronkelijke eigenaar over teruggave van het schilderij. De Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau overlegt met de erven.

De commissie begon eind 2013 met een onderzoek naar de herkomst van tienduizenden kunstobjecten die behoren tot de zogenoemde Koninklijke Verzamelingen. De commissie benadrukt dat Juliana niet op de hoogte was van de herkomstgeschiedenis van het schilderij.

Koninklijke Verzamelingen

Het schilderij van Joris van der Haagen moest in 1942 door een Joodse verzamelaar worden afgestaan aan de 'roofinstantie' Lippmann, Rosenthal & Co in Amsterdam. Via een aantal omzwervingen kwam het schilderij na de Tweede Wereldoorlog terecht bij een Nederlandse kunsthandel waar koningin Juliana het in 1960 aankocht.

Uit het onderzoek bleek dat het overgrote deel van de kunstwerken al ver voor 1933 tot de Koninklijke Verzamelingen behoorde. Bij de sinds 1933 verworven kunstwerken werden op een uitzondering na geen aanwijzingen voor roof, confiscatie of gedwongen verkoop gevonden.

Onduidelijkheid

Bij het schilderij 'Landschap van de heilige Hubertus' van Paul Bril bestaat nog enige onduidelijkheid. Het werd in 1948 gekocht van de Stichting Nederlandsch Kunstbezit.

In de diverse beschikbare bronnen konden geen onregelmatigheden worden gevonden. De archieven geven echter geen uitsluitsel over wie voor eind 1939, begin 1940 eigenaar van het schilderij was, blijkt uit het onderzoek. Wel bleek dat het schilderij in ieder geval al voor de bezetting van Nederland in mei 1940 in bezit was van een Nederlandse kunsthandelaar. Die verklaarde na de oorlog dat het om een volkomen vrijwillige verkoop ging.

(c) ANP 2015, alle rechten voorbehouden