Meisjes soepeler door het onderwijs, meer jongens economisch zelfstandig

27-05-2015

Meisjes komen minder vaak in aanraking met jeugdzorg en doorlopen ook het onderwijs soepeler dan jongens. Jongens volgen vaker speciaal onderwijs en verlaten vaker voortijdig het onderwijs. Ook in het hoger onderwijs doen jonge vrouwen het doorgaans beter dan jonge mannen. Op de arbeidsmarkt zijn de rollen omgekeerd. Jonge mannen werken vaker voltijd, hun inkomen is mede hierdoor gemiddeld hoger, hebben een gunstiger carrièreperspectief en zijn vaker economisch zelfstandig. Dit maakt CBS vandaag bekend.

Jongens vaker in aanraking met jeugdzorg

Op 1 januari 2014 telde Nederland 2,5 miljoen jongens en 2,4 miljoen meisjes tot 25 jaar. Bijna 89 duizend minderjarige jongeren (bijna 3 procent) ontvingen in 2013 een of meer vormen van jeugdzorg vanwege opgroei- en opvoedingsproblemen. Jongens ontvangen vaker jeugdzorg dan meisjes, met name op het gebied van jeugdreclassering.

Meisjes nemen voorsprong op jongens tijdens school en studie

In het onderwijs hebben jongens vaker ondersteuning nodig dan meisjes. In het speciaal onderwijs zitten bijna 3 keer zoveel jongens als meisjes. Het verschil is het grootst in het onderwijs voor kinderen met ernstige ontwikkelings- en gedragsstoornissen (cluster 4).

Dat jongens vaker gedrags- en ontwikkelingsproblemen hebben, kan er ook toe bijdragen dat ze vaker blijven zitten en vaker voortijdig het onderwijs verlaten. In 2014 had 1 op de 10 jonge mannen van 18 tot 25 jaar geen startkwalificatie; onder hun vrouwelijke leeftijdsgenoten lag dit met bijna 7 procent een stuk lager.

In het basisonderwijs zijn de prestaties van jongens en meisjes op basis van de totaalscore van de Citotoets nog vergelijkbaar. In het voortgezet onderwijs doen meisjes echter vaker dan jongens havo of vwo. Hierna volgen meisjes vaker een opleiding in het hoger onderwijs dan jongens en studeren ook sneller af.

Aantal vrouwelijke bèta-studenten groeit maar nog altijd lager dan onder jongens 

Jongens zijn op jonge leeftijd beter in rekenen en meisjes in taal. Dit is terug te zien in de deelscores van de Citotoets, waar jongens hoger scoren op het onderdeel rekenen/wiskunde en meisjes op taal. Jongens kiezen in het voortgezet onderwijs en hierna vaker voor een exacte studie, maar de belangstelling onder meisjes voor deze studies is de afgelopen jaren wel toegenomen. In vergelijking met andere Europese landen is deze echter nog vrij laag.

Meer jonge mannen werken voltijd en zijn economisch zelfstandig

Terwijl jonge vrouwen hun pubertijd en studententijd wat meer “volgens het boekje” doorlopen dan jonge mannen, lijken de mannen de draad na hun studentenleven weer op te pakken. Jonge mannen tussen 15 en 27 jaar, die geen onderwijs meer volgen, hadden bijna even vaak werk als jonge vrouwen; achtereenvolgens 80 procent en 78 procent in het eerste kwartaal van 2015.

Jonge mannen werken daarbij wel bijna twee keer zo vaak voltijd als hun vrouwelijke leeftijdsgenoten: 71 tegenover 37 procent. Mede hierdoor ligt het inkomen van jonge mannen met 21 duizend euro op jaarbasis hoger dan dat van onder jonge vrouwen (17 duizend euro). Het gevolg hiervan is dat er meer jonge mannen economisch zelfstandig zijn dan jonge vrouwen.

De basis voor de verschillen in carrièreperspectief tussen mannen en vrouwen is hier al gelegd, aangezien deeltijders veel minder vaak manager zijn dan voltijders. Voltijdswerkende moeders hebben echter vrijwel even vaak een managersfunctie als voltijdswerkende vaders.

Bron: CBS