Herstel arbeidsmarkt zet door in lager tempo

13-05-2015

Het herstel op de arbeidsmarkt zet in het eerste kwartaal van 2015 door, al is het in lager tempo. Het aantal banen nam per saldo toe met 6 duizend tot 9,8 miljoen, waar in het laatste kwartaal 2014 nog 40 duizend banen erbij kwamen. De werkloosheid zakte vergeleken met het vorige kwartaal met 2 duizend naar 635 duizend mensen, oftewel 7,1 procent van de beroepsbevolking. Vooral jongeren vonden meer werk. De langdurige werkloosheid onder vooral 45-plussers is iets toegenomen. Dit maakt CBS vandaag bekend.

Meer banen, minder gewerkte uren

Het aantal banen van werknemers en zelfstandigen (voltijd en deeltijd) nam in het eerste kwartaal met 6 duizend toe tot 9,8 miljoen. Dit is een stijging van net 0,1 procent. Er is nu vier kwartalen achtereen sprake van banengroei, waarbij het aantal banen in deze periode in totaal met65 duizend toenam. In de negen kwartalen daarvoor gingen er echter 200 duizend banen verloren, waardoor het totale aantal nog altijd lager ligt dan eind 2011.

Hoewel het aantal banen iets toenam, daalde de totale hoeveelheid werk licht. De Nederlandse bevolking werkte in het eerste kwartaal 3,1 miljarduur. Dat is per baan gemiddeld 24 uur per week. Doordat een substantiële groep mensen meer dan een baan heeft, verricht de gemiddelde werkende 27 uur per week arbeid.

Het totaal aantal gewerkte uren daalde met 0,6 procent (gecorrigeerd voor seizoensinvloeden) ten opzichte van een kwartaal eerder. In het tweede, derde en vierde kwartaal van 2014 steeg het totaal aantal gewerkte uren nog.

Aantal banen van werknemers niet verder toegenomen

Het aantal banen van werknemers in het eerste kwartaal bleef vergeleken met het laatste kwartaal van 2014 stabiel op 7,8 miljoen. Dat is nog altijd 300 duizend minder dan eind 2008 toen het aantal banen van werknemers op recordhoogte stond. Eind 2014 kwamen er nog ruim30 duizend werknemersbanen bij.

Het aantal banen van zelfstandigen nam het eerste kwartaal met 6 duizend toe en kwam uit op 2,1 miljoen. Dit is 175 duizend meer dan zes jaar geleden. Eén op de vijf banen is nu een zelfstandigenbaan.

Meer uitzendkrachten aan het werk

Net zoals in de afgelopen kwartalen dragen vooral de uitzendkrachten bij aan de banengroei. Het aantal banen van werknemers bij uitzendbureaus nam het laatste kwartaal toe met 13 duizend. In één jaar tijd groeide het aantal banen in de uitzendbranche met 52 duizend. De werkgelegenheid trok vooral aan in handel, vervoer en horeca. Er kwamen hier 7 duizend banen en ruim 2 duizend vacatures bij.
In de zakelijke dienstverlening (exclusief uitzendbranche) nam de werkgelegenheid toe met 5 duizend banen. In alle bedrijfstakken was de groei echter minder sterk dan in het voorgaande kwartaal.

De enige uitzondering vormt de bouwnijverheid, waar het aantal banen het afgelopen kwartaal met duizend afnam. Dat is voor deze bedrijfstak het positiefste cijfer in bijna vier jaar. De bouwnijverheid is het hardst getroffen sinds het begin van de economische crisis in 2008. In die bedrijfstak verdwenen sindsdien ruim 110 duizend banen. Het gaat vooral om werknemersbanen, maar ook het aantal banen van zelfstandigen is teruggelopen.

Minder banen in de zorg

Ook in de zorg daalde het aantal banen weer verder zoals al ruim twee jaar onafgebroken het geval is. In totaal gingen in deze periode65 duizend banen verloren: 4 procent van alle banen in deze bedrijfstak. Vooral de werkgelegenheid in de welzijnszorg (onder meer thuiszorg, verzorgingshuizen, de gehandicaptenzorg en de kinderopvang) daalde. In de gezondheidszorg is het werkgelegenheidsverlies kleiner.

Beroepsbevolking gegroeid, werkloosheid iets omlaag

De totale beroepsbevolking (werkenden en werklozen) was in het eerste kwartaal van 2015 iets groter dan een kwartaal eerder. Dit hangt vooral samen met een toename van het aantal werkende jongeren. Voor het eerst sinds vijf kwartalen was het aantal mensen die niet kunnen of willen werken omdat ze een opleiding of studie volgen kleiner dan een jaar eerder.

In het afgelopen kwartaal waren er 635 duizend mensen werkloos, 2 duizend minder dan in het laatste kwartaal van 2014. Ondanks dit kleine verschil zijn er wel veel mensen van wie de positie op de arbeidsmarkt is veranderd: 134 duizend werklozen vonden een baan en 107 duizend werkenden zijn werkloos geworden. Verder betraden meer mensen vooralsnog tevergeefs de arbeidsmarkt dan dat er zich terugtrokken:200 duizend mensen kwamen beschikbaar voor een baan en gingen op zoek naar werk; omgekeerd verlieten 174 duizend werklozen de arbeidsmarkt. Per saldo is de omvang van de werkloosheid dus licht gedaald.

Langdurige werkloosheid iets toegenomen

In het eerste kwartaal dit jaar zat 44 procent van alle werklozen minimaal een jaar zonder werk. In het laatste kwartaal van 2014 stond de teller op 43 procent. In de loop van vorig jaar nam de langdurige werkloosheid nog flink toe. Begin 2014 was nog 32 procent langdurig werkloos. Vooral 45-plussers zijn vaak langdurig werkloos. Meer dan 60 procent van hen had in het eerste kwartaal van 2015 minstens een jaar geen werk. Dit aandeel is opnieuw toegenomen. 
Laagopgeleiden en niet-westerse allochtonen zijn oververtegenwoordigd onder de langdurig werklozen.

Meer mensen aan het werk

De werkzame beroepsbevolking telde in het eerste kwartaal 8,3 miljoen mensen. Dat waren er 16 duizend meer dan in het voorgaande kwartaal. Een deel van de mensen heeft meer dan één baan, waardoor het aantal banen hoger ligt dan het aantal mensen met werk.
De werkzame beroepsbevolking groeide minder hard dan in het derde en vierde kwartaal van 2014. Er kwamen toen nog respectievelijk34 duizend en 43 duizend mensen bij. De groei van de werkzame beroepsbevolking kwam de afgelopen drie kwartalen vooral door een toename van het aantal mensen die ten minste twaalf uur per week werken

Helft werkt in deeltijd

Iets meer dan de helft van de werkzame beroepsbevolking werkte afgelopen kwartaal in voltijd, oftewel 35 uur of meer per week. Vooral mannen van 25 tot 65 jaar werken fulltime. Drie kwart van de vrouwen werkt parttime, vaak vanwege zorgtaken. Scholieren, studerende jongeren en werkende 65-plussers hebben vaak een kleine baan van minderdan 12 uur per week.

Van vast naar flexibel werken

De samenstelling van de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren verder veranderd. Sinds 2008 nam het aantal werknemers met een vaste arbeidsrelatie met ruim een half miljoen af. In de loop van 2014 kwam deze daling tot stilstand. Het aantal werknemers met een flexibel contract en het aantal zzp’ers neemt daarentegen al jarenlang toe.

In het eerste kwartaal van 2015 werkten ruim een miljoen mensen als zzp’er. De afgelopen tien jaar kwamen er jaarlijks gemiddeld 35 duizendzzp’ers bij. De meeste zzp’ers bieden vooral hun eigen arbeid aan. Relatief vaak zijn het hoogopgeleide 45-plussers die werkzaam zijn in de specialistische zakelijke dienstverlening en in de gezondheidszorg.

Laagopgeleide zzp’ers die eigen arbeid aanbieden werken veelal in de bouwnijverheid. Zzp’ers die hoofdzakelijk producten of grondstoffen verkopen, zijn vooral in de handel en de landbouw werkzaam.

Aantal vacatures blijft stijgen

Eind maart waren er 125 duizend vacatures in Nederland. Dit zijn er 6 duizend meer dan een kwartaal eerder. Vergeleken met een jaar geleden zijn er 20 duizend extra vacatures. Dit aantal neemt al zeven kwartalen op rij toe, maar het totale aantal vacatures is nog steeds maar de helft van de recordaantallen tijdens de hoogtijdagen in 2007 en 2008. 
In het eerste kwartaal van 2015 ontstonden er 195 duizend nieuwe vacatures. Tegelijkertijd werden er 189 duizend vacatures vervuld, het meest in drieënhalf jaar tijd.

In bijna alle bedrijfstakken steeg het aantal vacatures. De commerciële dienstverlening is de sector met het grootste aantal openstaande banen. Die sector leverde met 4 duizend extra vacatures ook de grootste bijdrage aan de totale groei. Binnen deze sector waren het vooral de handel en zakelijke dienstverlening die de vraag naar arbeid stuwden. 
In de niet-commerciële dienstverlening kwamen er iets meer vacatures bij. Dit kwam uitsluitend door de zorg. Ondanks dat het aantal banen in deze bedrijfstak terugliep, staan er toch meer vacatures open. Vraag en aanbod van arbeid sluiten blijkbaar niet altijd goed aan. Hetzelfde geldt voor de industrie. Het aantal vacatures nam er relatief het meest toe en kwam uit op 11 duizend, het grootste aantal in drie jaar.

Ten opzichte van het aantal banen zijn de meeste vacatures te vinden in de informatie- en communicatiesector. In deze bedrijfstak zijn er nu 44 openstaande vacatures per duizend banen van werknemers. In het onderwijs zijn de minste vacatures: 7 per duizend banen.

Bron: CBS